De KEUZE tussen totaal verlies dan wel herstelbaarheid ligt in eerste instantie niet bij u maar wel bij de vergoedingsplichtige, dus bij de B.A.-verzekeraar. Deze mag dus de goedkoopste van de 2 oplossingen kiezen. Maar kiest hij voor totaal verlies, dan moet hij ook de bijkomende schadeposten vergoeden, zoals bvb. de B.I.V. en de mutatieduurvergoeding (van in principe 15 dagen x 20 euro).

Volgens de berekening hierboven onder nr. 2 bekomt u bij totaal verlies slechts een vergoeding van 11.565,95 €, dus minder dan de vergoedingssom van 12.680 € bij herstelling. U ontvangt bij totaal verlies wel bovendien 2.100 € van de wrakkoper, hetzij in totaal 13.665,95 €, maar daartegenover staat natuurlijk dat u bij herstelling eveneens uw voertuig mag behouden. U heeft recht op vergoeding ofwel volgens totaal verlies ofwel volgens herstelling, zijnde in ons voorbeeld ofwel op 11.565,95 € ofwel op 13.120,63 €; en dit ongeacht of u het voertuig wel of niet herstelt.

Zowel bij totaal verlies als bij herstelbaarheid van het voertuig heeft de benadeelde het volste recht om zijn wagen te verkopen (zie ook verder nr. 5.3); ook dan behoudt hij het recht op volledige vergoeding, B.T.W. inbegrepen. En dat u persoonlijk na de duiding totaal verlies toch tot herstelling overgaat is uw volste recht.

Zo ook blijft u recht behouden op volledige gebruiksdervingsvergoeding, op B.T.W., en op alle andere vergoedingen, indien u na het ongeval niet overgaat tot vervanging noch tot herstelling van het voertuig.

Art. 83 van de wet van 25 juni 1992 op de Landverzekeringsovereenkomst, afgekort “W.L.O.” : “De benadeelde beschikt vrij over de door de verzekeraar verschuldigde schadevergoeding. Het bedrag van de schadevergoeding mag niet verschillen naar gelang van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken”. Dus ongeacht of een benadeelde zijn beschadigde wagen al dan niet niet laat herstellen noch vervangt door een ander voertuig, hij behoudt het recht op dezelfde schadevergoeding, ook wat de B.T.W. betreft. De verzekeringsmaatschappij mag dus aan u niet vragen of u het beschadigde voertuig wel heeft vervangen of hersteld; dit is immers van geen belang.

Wat uw recht op de BTW betreft: zie hierna onder nr 6.1.