5.1 Wanneer het om technische of economische redenen niet verantwoord is het voertuig te herstellen, is er sprake van totaal verlies (zie hoger nr. 1).

In dit geval dienen de vervangingswaarde en de wrakwaarde te worden bepaald.

5.2 De verzekeringsdeskundigen spreken niet van vervangingswaarde maar van “waarde voor ongeval

Zij bedoelen daarmee dat deze waarde hoofdzakelijk wordt bepaald door een forfaitair afschrijvingspercentage op de aankoopprijs en door de prijzen voor gelijkaardige wagens op de tweedehandsmarkt. Bij een dergelijke berekening van de vervangingswaarde gaan de verzekeringsexperts regelmatig uit van nadelige en dus onaanvaardbare uitgangspunten:

a. deze expert vertrekt meestal van de werkelijke aankoopprijs na aftrek van de genoten korting; vaak kan de benadeelde echter niet meer een dergelijke korting genieten en moet hij in werkelijkheid een hogere prijs betalen voor een soortgelijk nieuw voertuig; de expert mag een uitzonderlijke aankoopkorting uiteraard niet in het voordeel van de verzekeringsmaatschappij in rekening brengen;

b. het toegepaste afschrijvingspercentage blijkt vaak hoger te liggen dan redelijk is, zodat uiteraard het eindresultaat negatief uitvalt;

c. bij de vergelijking met de prijzen geldend op de tweedehandsmarkt wordt er geen rekening mee gehouden dat vele tweedehandse auto’s in slechte staat verkeren en zelfs beschadigd zijn; maar uw voertuig verkeerde op de dag van het ongeval in goede staat van onderhoud en bewaring en bezat dus een merkelijk hogere waarde dan de gemiddelde prijs op de tweedehandsmarkt;

d. bovendien vragen de experten van de verzekeringsmaatschappij vaak aan enkele professionele opkopers van tweedehandse wagens welke prijs zij zouden willen betalen voor een dergelijk voertuig; maar niet deze aankoopprijs maar wel hun (hogere) verkoopprijs is voor u van tel;

e. soms zwaait de verzekeringsexpert met een “officiële” uitgave van gemiddelde prijzen op de tweedehandsmarkt, maar ook deze gemiddelden liggen om dezelfde redenen te laag.

U kan daarentegen vergoeding eisen overeenkomstig de correct berekende werkelijke vervangingswaarde. Verder, onder nr. 12 e.v., wordt uitgelegd hoe u het standpunt van de verzekeringsexpert kan aanvechten. Het uitgangspunt van de schadevergoeding is dat u recht heeft op volledige vergoeding van alle schade; na de schadeloosstelling mag er dus als het ware geen enkel nadeel meer voor u overblijven.

Het juiste criterium om de vervangingswaarde (door de verzekeringsdeskundigen steevast “waarde voor ongeval” genoemd) te bepalen kan worden beschreven als volgt: wat is de gebruikswaarde, zijnde de waarde bepaald vanuit het standpunt van de gebruiker, die zijn voertuig heeft aangekocht volgens zijn behoeften en wensen, die het degelijk heeft onderhouden en bewaard, en die de volledige voorgeschiedenis van het voertuig kent ? De vervangingswaarde is m.a.w. de geldsom die noodzakelijk dient te worden uitgegeven voor de aanschaf van een volledig gelijkaardig voertuig, dus van hetzelfde merk en type, en met dezelfde waarborgen, ouderdom, afgelegde afstand, eigenschappen, toebehoren, en staat van onderhoud en van bewaring.

De cataloguswaarde volgens bepaalde boekjes, de handelswaarde op de tweedehandsmarkt en de betaalde aankoopprijs leveren derhalve slechts in beperkte mate een aanwijzing op voor de werkelijke gebruikswaarde van de wagen op de dag van het ongeval. Dit is zeker zo indien uw voertuig goed onderhouden is en/of weinig km. heeft afgelegd.

Zo kan de werkelijke aankoopprijs niet als basis van de berekening van de vervangingswaarde worden gebruikt, zeker niet als het voertuig tweedehands werd aangekocht.

A heeft de auto voor een prikje kunnen overnemen (bvb. van zijn tante of van een oude man die zijn auto zo snel mogelijk kwijt wil); B heeft aan zijn vriend veel te veel betaald voor zijn motorfiets; C heeft een fiets gekregen of gevonden. Deze gegevens zijn van geen enkel belang bij de bepaling van de vervangingswaarde. U kan dus niet worden verplicht om de aankoopfactuur voor te leggen aan de verzekeringsexpert; deze zal daarmee toch enkel willen rekening houden als de gefactureerde prijs lager ligt dan de werkelijke waarde.

Zie ook “vragen van leden “, o.a. betreffende de berekening van de vervangingswaarde.

5.3 De wrakwaarde, de beste verkoopprijs voor de restanten, zal in de meeste gevallen worden bepaald door toedoen van de voertuigexpert van de verzekeringsmaatschappij.

Deze deskundige zal in de praktijk meerdere professionele wrakopkopers contacteren met de vraag om binnen een zekere termijn (bvb. 1 maand) schriftelijk een bod uit te brengen op het wrak; na deze termijn wordt het wrak toegewezen aan de hoogste bieder. Het hoogste bod is de wrakwaarde.

Maar u is en blijft eigenaar van het voertuig / wrak tot aan de verkoop ervan. U heeft dus bepaalde verplichtingen.Van zodra u het hoogste bod vernomen heeft, moet u deze hoogste bieder verzoeken het wrak af te halen; doe dit bij voorkeur per aangetekende brief of minstens per e-mail of per fax, met opgave van de plaats van afhaling en van de wijze waarop de wrakprijs aan u kan worden betaald.

Mogelijke verwikkelingen:

– de voertuigexpert laat alles maar aanmodderen of hij handelt niet correct; dan: hem contacteren en tevens uw makelaar of uw B.A.-verzekeraar (en/of uw rechtsbijstandverzekeraar) verwittigen; zo nodig: de expert aangetekend aanmanen;

– eerst is sprake van herstelling van uw auto, maar opeens wordt een zeer hoog wrakbod kenbaar gemaakt waardoor tot economisch totaal verlies* moet worden besloten; deze situatie biedt het voordeel dat u een hogere vergoeding kan bekomen voor de gebruiksderving, die immers loopt totdat u weet dat uw auto onherstelbaar is, meer de vervangingsduur (zie nr 7 hierna);

– de wrakopkoper die het hoogste bod heeft ingediend wordt door u gecontacteerd, maar hij daagt niet op binnen de week; dan: hem per aangetekende brief aanmanen + de voertuigexpert verwittigen; let op: wanneer de garage kosten voor de stalling aanrekent zal u deze mogelijks slechts gedeeltelijk kunnen recupereren, want de schadeveroorzaker en diens B.A.-verzekeraar moeten enkel de schade vergoeden die redelijkerwijze als een gevolg van het ongeval kan worden aangenomen;

– de wrakopkoper heeft het wrak meegenomen zonder te betalen; u is onvoorzichtig geweest; zorg ervoor dat ten laatste bij de afhaling wordt betaald aan uzelf of aan een gevolmachtigde (bvb. de garagist bij wie het wrak staat);

– u vindt een hoger wrakbod dan dit vanwege de verzekeringsexpert of u verkiest het wrak niet te verkopen (maar gedeeltelijk of geheel zelf te gebruiken, bvb. voor herstelling): u is en blijft eigenaar van het wrak, en u beslist dus zelf of u het verkoopt en zo ja aan wie – zie ook hierboven onder nr. 4.

5.4 Hoe moet de wrakprijs worden afgetrokken van de vervangingswaarde?

Eerst moet de vervangingswaarde (zie hierboven nr 5.2), inclusief de verschuldigde BTW (zie hieronder nr 6), worden bepaald. Deze waarde, bvb. 12.100 euro (BTW inbegrepen), wordt vanaf de dag van het ongeval vermeerderd met vergoedende intrest, die doorgaans aan de wettelijke rentevoet wordt bepaald.

Omdat u het wrak behoudt (en dus kan verkopen) wordt de prijs ervoor of juister de waarde van dit wrak afgetrokken. De af te trekken wrakprijs mag niet worden verhoogd met BTW, omdat uzelf als schadelijder geen enkel baat heeft bij deze BTW (het principe van de zogenaamde “voordeeltoerekening” speelt hier); overigens wordt het wrak meestal opgekocht door een handelaar, die de BTW uiteindelijk niet moet dragen. De (negatieve) intrest op de af te trekken wrakprijs kan trouwens maar beginnen vanaf de dag waarop u de betaling van deze wrakprijs heeft ontvangen; maar meestal wordt gemakshalve hier eveneens de dag van het ongeval aangenomen.

Een praktisch voorbeeld (zie ook het meer gedetailleerde voorbeeld hierboven onder nr. 2 Totaal verlies):

a) vervangingswaarde t.b.v. 10.000 meer BTW erop (21%): 12.100 €
meer intrest vanaf datum ongeval, bvb. 430 €

b) meer sleepkosten, B.I.V., gebruiksdervingsvergoeding, administratie- en aanverwante kosten, en zo meer, bvb. samen t.b.v.: 600 €

c) totaal (a+b): 13.130 €

d) min de wrakprijs: – 1.000 €
meer (negatieve) intrest vanaf datum verkoop, bvb. – 30 €

e) te betalen aan u: 12.100 €

Of vereenvoudigd:

a. voertuigschade tbv 12100 + 600 – 1000 €: 11.700 €
b. meer vergoedende intrest vanaf datum ongeval : 385 €
c. te betalen aan u: 12.085 €