NOOT VOORAF: de tekstgedeelten in lichtgrijze kleur zijn enkel voor juristen bedoeld.

2.31 Voor verkeersinbreuken en andere overtredingen is de Politierechtbank bevoegd, nl. deze zetelend in strafzaken (S.Z.).

De politierechtbank zetelend in strafzaken neemt kennis van zogenaamde overtredingen, zijnde misdrijven* die bestraft kunnen worden met maximaal 8 dagen gevangenisstraf. Tevens neemt ze kennis van inbreuken op bepaalde bijzondere wetten, zoals wetten op het verkeer, het Veldwetboek, het Boswetboek, de wet tot beteugeling van de dronkenschap, wetten op de riviervisserij, provincie- en gemeenteverordeningen.

Voor zwaardere misdrijven, zoals voor opzettelijke slagen of verwondingen, is de Rechtbank van Eerste Aanleg zetelend in strafzaken, doorgaans “Correctionele Rechtbank” genoemd, bevoegd. Ingeval een benadeelde zich tegen de beklaagde burgerlijke partij stelt voor een strafrechtbank, zal deze niet enkel oordelen over de bestraffing maar ook over de eis tot schadevergoeding; enkel inzover de schade het gevolg is van het misdrijf begaan door de beklaagde kan vergoeding worden toegekend.

Het hoger beroep tegen een vonnis van de Politierechtbank S.Z. wordt behandeld door de Correctionele Rechtbank, en het hoger beroep tegen een vonnis van de Correctionele Rechtbank door het Hof van Beroep.

Artikel 137 en 138 Wetboek van Strafvordering:

– art. 137 Wb. Sv. :”De politierechtbank neemt kennis van de overtredingen”

– art. 138 Wb. Sv. : “Onverminderd het recht van de procureur des Konings om een opsporingsonderzoek in te stellen of een gerechtelijk onderzoek te vorderen inzake wanbedrijven, neemt zij bovendien kennis
(1° … )
6° van de misdrijven omschreven in de wetten en verordeningen op (…) de wegen te land en te water en het wegverkeer;
6°bis van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 418 tot 420bis van het Strafwetboek, wanneer de doding, de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval;
6°ter van de wanbedrijven omschreven in artikel 22 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen”.

2.32 De Politierechtbank zetelend in burgerlijke zaken (B.Z.) is bevoegd voor alle vorderingen die ontstaan uit een verkeersongeval; zij kan niet oordelen over de bestraffing maar enkel over de eis tot schadevergoeding.

Art. 601bis Gerechtelijk Wetboek: “De politierechtbank neemt kennis, ongeacht het bedrag, van alle vorderingen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval zelfs indien het zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek”.

Het hoger beroep tegen een vonnis van de Politierechtbank B.Z. wordt behandeld door de Rechtbank van Eerste Aanleg.