Het werkelijk aantal dagen van intrekking van het rijbewijs wordt nadien in mindering gebracht van het aantal dagen “vervallenverklaring van het recht tot sturen” waartoe de bestuurder wordt veroordeeld bij vonnis.

Bij de veroordeling is de rechter gebonden door de wettelijk vastgelegde voorwaarden en duurtijden betreffende het eigenlijke verval van het recht te sturen en betreffende de oplegging van proeven (nl. 1° een theoretisch examen, 2° een praktisch examen, 3° een geneeskundig onderzoek, en/of 4° een psychologisch onderzoek) – zie hoger Rechterlijke veroordeling tot geldboete en rijverbod onder nr. 2.44, 3° en 7°.

Bij een dergelijk vonnis zal rekening worden gehouden met de concrete gegevens (zie hierboven); zo zal de rechter bij de vastlegging van de duurtijd van het rijverbod (zijnde het verval van het recht om te sturen) rekening houden met het beroep van de beklaagde, bijvoorbeeld met het feit dat deze beklaagde een taxichauffeur of vrachtwagenbestuurder is – voor wie een langdurig rijverbod inkomensverlies en mogelijks zelfs ontslag betekent -.

De wet voorziet dat het rijverbod mag worden opgelegd met de volgende mildering:

a. enkel voor deze categorie van voertuigen waarmee de verkeersinbreuk is begaan en hoger

b. gedeeltelijk met uitstel.

Art. 41 van de Wegverkeerswet van 16 maart 1968 (inwerkingtreding : 01-03-2004): “In de gevallen waarin de rechter in toepassing van deze wet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, moet hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, § 1 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie een effectief gedeelte opleggen van minimum acht dagen”

Art. 45, al. 2 WVW, zoals gewijzigd op 20 juli 2005 : “De rechter kan het verval van het recht tot sturen beperken tot de categorieën van voertuigen die hij aangeeft overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26.
Wanneer de overtreding met een motorvoertuig werd begaan, moet het verval ten minste betrekking hebben op de categorie van voertuigen waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot verval, werd begaan”.(W 2005-07-20, art. 12, 014 ; inwerkingtreding : 31-03-2006).