NOOT VOORAF: de tekstgedeelten in lichtgrijze kleur zijn enkel voor juristen bedoeld.

Zolang de strafvordering niet is verjaard is dit evenmin het geval voor de burgerlijke vordering (tot schadevergoeding).

Art. 26 : “De burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf verjaart volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van schade. Zij kan echter niet verjaren vóór de strafvordering.”

Zolang er op strafrechtelijk gebied geen definitieve veroordeling is gevallen, wordt de burgerlijke vordering geschorst. De burgerlijke rechtbank (in het bijzonder de Politierechtbank zetelend in burgerlijke zaken of de Rechtbank van Eerste Aanleg) kan daarom niet over uw vordering tot schadevergoeding oordelen zolang er op strafrechtelijk gebied geen uitspraak is tussengekomen (“le criminel tient le civil en état”).

Art. 4, alinea 1 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering: “De burgerlijke rechtsvordering kan tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden als de strafvordering. Zij kan ook afzonderlijk vervolgd worden; in dat geval is zij geschorst, zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld”.

Een belangrijke uitzondering : een onderzoeksmaatregel, zoals de aanstelling van een gerechtsdeskundige*, kan wel worden toegekend door de burgerlijke rechtbank, hoewel nog geen strafrechtelijk vonnis is geveld (zie art. 19, al. 2 Gerechtelijk Wetboek).

Let op: soms is de vordering tot schadevergoeding wel verjaard tegenover de dader maar niet tegenover diens B.A.-verzekeraar, of omgekeerd.

Als de benadeelde zich burgerlijke partij heeft gesteld voor de strafrechter, voordat de strafvordering vervallen is door verjaring, verjaart zijn burgerlijke vordering niet meer. Het kan dus gebeuren dat de strafrechter alle tenlasteleggingen verjaard verklaart, maar op burgerrechtelijk gebied toch moet oordelen over de schadevergoeding.