NOOT VOORAF: de tekstgedeelten in lichtgrijze kleur zijn enkel bedoeld om verdere juridische opzoekingen te vergemakkelijken; niet-juristen dienen omzichtig om te gaan met deze teksten.

Alle schade veroorzaakt door een motorrijtuig*, dus zowel schade aan zaken (ook “stoffelijke schade” genoemd) als schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels, wordt vooral in de volgende gevallen vergoed door het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds (BGWF), voorheen Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (“G.M.W.F.”), ook “Waarborgfonds” of “FONDS” genoemd:

  • het ongeval is veroorzaakt door een niet-verzekerd of gestolen motorrijtuig* ;
  • er is geen vergoedingsplichtige verzekeringsmaatschappij, omdat de verzekeringsplicht niet werd nageleefd (bvb. niet-betaling van de premie) of omdat deze onderneming niet kon worden geïdentificeerd;
  • de schade is het gevolg van een toevallig feit (= overmacht) waardoor de B.A.-verzekeraar * niet hoeft te vergoeden
  • (NIEUW !): schade door een niet-geïdentificeerd voertuig dat naast de stoffelijke schade ook een “aanzienlijk lichamelijk letsel” aan enige betrokkene heeft veroorzaakt.

Zo zal het BGWF de schadevergoeding uitbetalen wanneer de andere bestuurder u heeft aangereden ingevolge een plotse hartaanval (= overmacht).

Art. 19bis-11, §1 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, kortweg “W.A.M.” : “Elke benadeelde kan van het Fonds de vergoeding bekomen van de schade die door een motorrijtuig is veroorzaakt : (…)

3°) wanneer geen enkele verzekeringsonderneming tot die vergoeding verplicht is om reden van een toevallig feit waardoor de bestuurder van het voertuig dat het ongeval veroorzaakte, vrijuit gaat ;

4°) wanneer in geval van diefstal, geweldpleging of heling, de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, niet verzekerd is, overeenkomstig de wettelijk geoorloofde uitsluiting ;(…)

7°)(NIEUW!) wanneer aanzienlijk lichamelijk letsel door enige benadeelde werd opgelopen in een ongeval waarbij materiële schade werd veroorzaakt door een niet-geïdentificeerd voertuig;

8°) wanneer geen enkele verzekeringsonderneming tot die vergoeding verplicht is hetzij omdat de verzekeringsplicht niet nageleefd werd, hetzij de verzekeringsonderneming binnen twee maanden na het ongeval niet kan geïdentificeerd worden”.

Dit laatste geval mag niet worden verward met het geval van niet-identificatie van de het motorrijtuig, in welk geval in principe – nl. behalve bij “aanzienlijk lichamelijk letsel” – enkel de lichamelijke schade wordt vergoed (zie verder onder nr 6b, de verplichtingen van het Waarborgfonds ). Maar: indien verscheidene voertuigen bij het ongeval zijn betrokken, zonder dat kan worden uitgemaakt welk voertuig aansprakelijk is, dan wordt de schadevergoeding van elke schuldloze benadeelde onder gelijke delen verdeeld onder de B.A.-verzekeraars van de bestuurders.

Bovendien moet worden opgemerkt dat 7°) hierboven pas werd ingevoerd door de Wet van 8 juni 2008 “houdende diverse bepalingen”, Belgisch Staatsblad van 16/6/08. Art. 17 van deze recente wet bepaalt :

« § 3. In het geval bedoeld bij artikel 19bis -11, § 1, 7°, en wanneer het ongeval zich heeft voorgedaan op het Belgische grondgebied, kan de Koning de verplichtingen van het Fonds beperken tot de vergoeding van de schade voortvloeiend uit lichamelijke letsels.
Evenwel is een dergelijke beperking niet toegelaten wanneer het Fonds vergoedt omwille van aanzienlijk lichamelijk letsel door enige benadeelde opgelopen in een ongeval waarbij materiële schade werd veroorzaakt door een niet-geïdentificeerd voertuig.
Wordt beschouwd als aanzienlijk lichamelijk letsel, een lichamelijk letsel dat, ingevolge het ongeval, ofwel :
1. de dood van de benadeelde;
2. een bestendige invaliditeit van 15 % of meer;
3. een tijdelijke invaliditeit van een maand of meer;
4. een hospitaalopname van zeven dagen of meer
heeft veroorzaakt.
De Koning kan de voorwaarden, waaronder een lichamelijk letsel als aanzienlijk wordt beschouwd, nader bepalen of de lijst ervan aanvullen.
De bepalingen van deze paragraaf zijn niet van toepassing op de gevolgen van de ongevallen die zich hebben voorgedaan voor zijn inwerkingtreding. »

Het BGWF vermeldt op zijn website wie, naargelang het geval, gerechtigd is op tegemoetkomingen .

Het BGWF zal alle geleden schade volledig vergoeden, overeenkomstig art. 1382 Burgerlijk Wetboek (zie hierover hoger nr. 3, de burgerlijke aansprakelijkheid).

Vanaf 19/01/2003 is de vrijstelling voor materiële schade van 247,89 € of 10.000 frank (per schadegeval en per benadeelde persoon) niet meer van toepassing.