NOOT VOORAF: de tekstgedeelten in lichtgrijze kleur zijn enkel bedoeld om verdere juridische opzoekingen te vergemakkelijken; niet-juristen dienen omzichtig om te gaan met deze teksten.

Een motorrijtuig (waaronder een auto en een bromfiets) mag enkel in het publieke verkeer worden gebracht nadat de burgerlijke aansprakelijkheid terzake geldig werd verzekerd.

Art. 2, §1 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, kortweg “W.A.M.” : “Tot het verkeer op de openbare weg en op terreinen die toegankelijk zijn voor het publiek of slechts voor een zeker aantal personen die het recht hebben om er te komen, worden motorrijtuigen alleen toegelaten indien de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe zij aanleiding kunnen geven, gedekt is door een verzekeringsovereenkomst die aan de bepalingen van deze wet voldoet en waarvan de werking niet is geschorst”.

De wettelijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen (W.A.M.) slaat op de verplichting van de verzekeraar van de bestuurder van een motorrijtuig om de veroorzaakte schade te vergoeden. In principe moet deze schade volledig worden vergoed in zover zij werd veroorzaakt door een fout, onvoorzichtigheid of nalatigheid begaan door de bestuurder ; de schade moet eveneens volledig worden vergoed tegenover een zwakke weggebruiker (zie hieronder nr. 6a). Wie geldig een W.A.M.-verzekering (dus autoverzekering) heeft afgesloten, moet niet zelf de schade vergoeden die hij door zijn onvoorzichtigheid, nalatigheid, of fout heeft toegebracht aan een ander persoon. Deze kan trouwens rechtstreeks tegen uw B.A.-verzekeraar een vordering tot schadevergoeding instellen; in de praktijk weet de schadeveroorzaker zelf dus meestal niets over dergelijke vordering (zie ook nr 3.7 hierboven).

Een voorbeeld : A, de autobestuurder, is zodanig in discussie verwikkeld met zijn passagierster B dat hij al te weinig aandacht besteedt aan het voorliggende voertuig ; A rijdt dit voertuig aan, waarna zijn auto tegen de gevel van een woning belandt ; de W.A.M- of B.A.-verzekeraar van A moet alle schade veroorzaakt door A aan de andere personen vergoeden, zoals : de lichamelijke schade en de beschadiging van het uurwerk van de passagierster B – de schade aan het voorliggende voertuig en de lichamelijke schade aan de bestuurster van dit voertuig toegebracht – de herstellingskosten aan de aangereden woning. De B.A.-verzekering motorrijtuigen dekt evenwel niet de eigen schade van de autobestuurder, zoals zijn eigen lichamelijke en voertuigschade ; deze schade kan enkel gedekt worden door een omnium- of soortgelijke verzekering (zie hieronder nr. 5.4) en door een persoonsverzekering (zie hieronder nr. 5.5).

De verzekeringspremie wordt bepaald door het motorvermogen van de wagen, door de leeftijd en de woonplaats van de bestuurder, en dergelijke, en vooral door het bonus-malus-systeem. Dit laatste houdt in dat uw premie vermindert wanneer u schadevrij blijft rijden (bonus) en dat integendeel uw premie stijgt na een schadegeval (malus). De korting tegenover de normale premie kan oplopen tot 50 % van het basistarief na 5 jaar schadevrij rijden. Maar elke verzekeringsmaatschappij mag grotendeels zelf beslissen over de modaliteiten van het bonus-malus-systeem.