Het slachtoffer van een opzettelijk geweldmisdrijf kan onder bepaalde voorwaarden zekere vergoedingen bekomen bij de Commissie van het Fonds voor Hulp aan Slachtoffers van opzettelijke gewelddaden (kortweg “Slachtofferfonds”). Dit Fonds is een uitvloeisel van de terreur door de CCC en de Bende van Nijvel; maar uiteindelijk werd steun voorzien voor alle gevallen van opzettelijke lichamelijke schade door een onbekende of door een onvermogende.
Het Slachtofferfonds verleent 3 soorten hulp: financiële, nood- en/of aanvullende hulp (Wet van 1 augustus 1985).
Noot: deze 3 vormen van hulp zijn uitsluitend van financiële aard.

De belangrijkste voorwaarden voor het bekomen van hulp:

– u heeft lichamelijke schade (inbegrepen psychisch leed) ondergaan, of een naaste familielid is overleden

– als gevolg van een opzettelijke gewelddaad

– die in België werd gepleegd (of tijdens militaire dienst in het buitenland)

– en slechts inzover u geen vergoeding van de lichamelijke heeft kunnen bekomen, in het bijzonder van de dader zelf (of van een verzekeringsmaatschappij, de mutualiteit, …).

Noot: het gaat dus om een subsidiaire tegemoetkoming, wanneer bewezen werd dat u nergens elders volledige vergoeding heeft kunnen bekomen.

De tegemoetkoming kan worden gevraagd voor de volgende schadeposten (zoals vermeld op het aanvraagformulier):

– morele schade
– medische kosten
– tijdelijke of blijvende invaliditeit
– verlies of vermindering aan inkomsten
– esthetische schade
– procedurekosten
– materiële kosten (stoffelijke schade)
– schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren
– verlies aan levensonderhoud voor personen
– begrafenis- en aanverwante kosten.
De commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de Occasionele Redders kan de volgende drie soorten hulp toekennen:

a. de noodhulp: deze wordt onmiddellijk verleend (zonder de afloop van het gerechtelijk vooronderzoek af te wachten). Dit kan enkel indien een vertraging in de toekenning van de hulp een aanzienlijk nadeel zou berokkenen aan de verzoeker. Bijvoorbeeld indien het slachtoffer over een bescheiden inkomen beschikt en het zeer zware kosten moet dragen als gevolg van de geweldpleging (en indien het slachtoffer deze omstandigheden afdoende bewijst)

b. de hoofdhulp: de geldsom die de commissie als financiële
tegemoetkoming voor de lichamelijke schade kan toekennen (max. 62.000 euro). Deze tegemoetkoming kan pas nadat het vooronderzoek of de strafprocedure afgelopen is. Blijkt zo dat de dader gekend is, dan kan de hulp pas worden toegestaan van zodra het vonnis definitief is geworden (en dus niet meer voor verzet, hoger beroep of cassatie vatbaar is); maar wanneer de dader onbekend blijft, is de noodhulp reeds mogelijk vanaf de beslissing tot seponering door het Parket, of vanaf het verstrijken van 1 jaar sinds de burgerlijke-partijstelling.

c. de aanvullende hulp : ingeval het nadeel kennelijk toeneemt na de toekenning van de hoofdhulp.

Bij het secretariaat van de Commissie voor Financiële Hulp aan Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden en aan de Occasionele Redders kan u een voorgedrukt aanvraagformulier bekomen.

Let op:

– er mag maximaal 62.000 euro per verzoekschrift worden gevorderd

– er zijn strikte vervaltermijnen

– de nodige bewijzen dienen te worden voorgelegd.

Commissie van het Fonds voor Hulp aan Slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
Postadres: Waterloolaan 115 1000 Brussel
Lokalen: Hallepoortlaan 5-8 1060 Brussel
Tel.: 02 542 72 18 – 02 542 72 29 – 02 542 72 36
commissie.slachtoffers@just.fgov.be

Zie voor verdere informatie de brochure hierover, terug te vinden via http://www.just.fgov.be (onder “Publicaties”).