a. Gewaarborgd loon

– bedienden aangeworven voor onbepaalde duur of voor tenminste drie maanden behouden hun loon gedurende 30 dagen ingeval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval (art. 70 Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, hierna “arbeidsovereenkomstenwet” genoemd) ;

– andere bedienden en arbeiders : behoud van het normale loon gedurende de eerste periode van 7 dagen, en gedurende de 23 dagen daarna bijzondere tegemoetkomingen die ongeveer overeenstemmen met het normale loon (zie art. 52 §1, al. 1, en art. 71 arbeidsovereenkomstenwet en de C.A.O. voor arbeiders nr. 12bis en de C.A.O. voor bedienden 13bis, beide van 26 februari 1979) ;

– rijksambtenaren en gelijkgestelden :

* recht op ziekteverlof gedurende de periode die overeenstemt met 21 werkdagen per 12 maanden dienstanciënniteit, met een minimum (voor ambtenaren die minder dan drie jaar in dienst zijn) van 63 dagen (art. 41 K.B. van 19 november 1998) ;
* als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een arbeidsongeval (inbegrepen een arbeidswegongeval) of een beroepsziekte : recht op ziekteverlof zonder tijdsbeperking (art. 46 §1 K.B. van 19 november 1998);
* is het ongeval veroorzaakt door de fout van een derde, zonder dat het gaat om een arbeids(weg)ongeval, dan worden de dagen ziekteverlof niet in mindering gebracht van het totaal aantal dagen verlof dat de ambtenaar nog kan bekomen (art. 47 K.B. van 19 november 1998) ;
* eens het totaal aantal ziektedagen is opgebruikt komt de ambtenaar (van rechtswege) in disponibiliteit wegens ziekte, met een wachtgeld dat gelijk is aan 60 % van zijn laatste activiteitswedde (art. 65 en 66 K.B. van 19 november 1998) ; na de disponibiliteit wordt de ambtenaar wegens definitieve arbeidsongeschiktheid op vervroegd rustpensioen (nl. invaliditeitspensioen) geplaatst ;
– ambtenaren van de Vlaamse Gemeenschap :
* hebben een contingent van 666 werkdagen ziekteverlof, voor de hele loopbaan ; de dagen afwezigheid als gevolg van een arbeids(weg)ongeval of beroepsziekte worden niet aangerekend op dit contingent (art. XI, 28 §1 besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002) ;
* nadat voormeld contingent is opgebruikt kunnen zij definitief ongeschikt worden verklaard (art. XI, 23-25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2002).

b. Bepaalde pensioenen

Er bestaan in feite drie soorten pensioenen :

1. het rustpensioen : dekt het risico van de ouderdom ; vanaf een bepaalde leeftijd wordt een vervangingsinkomen toegekend;

2. het overlevingspensioen : dekt het risico van het vroegtijdig overlijden van de kostwinnaar ; het overlevingspensioen wordt enkel toegekend op voorwaarde 1° dat de overlevende echtgenoot (weduwe of weduwnaar) minstens 45 jaar oud is, 2° dat het huwelijk reeds een jaar bestond op de dag van het overlijden, en 3° dat de overlevende niet hertrouwt (want dan wordt de uitkering van het pensioen geschorst) ; de regeling is vrij gelijk voor de werknemers, de zelfstandigen, en de ambtenaren (die welk enkele bijkomende voordelen genieten) ;

3. het invaliditeitspensioen : dekt het risico van de blijvende arbeidsongeschiktheid tijdens de beroepsloopbaan van een ambtenaar.

Noot : voor niet-ambtenaren bestaat dus geen invaliditeitspensioen ; hun blijvende invaliditeit wordt in principe gedekt binnen de ziekteverzekering (mutualiteitsuitkeringen) en wat de werknemers betreft tevens door de arbeidsongevallen- en de beroepsziektenverzekering.

c. Werkloosheidsuitkeringen

De eigenlijke werkloosheidsuitkering bedraagt 35 % van het basisloon, geplafonneerd op 59,5566 € per dag (art. 111, al. 3, K.B. van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hierna “werkloosheidsbesluit” genoemd). Deze basisuitkering wordt verhoogd in bepaalde gevallen.

Een voorwaarde om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen is dat de werkloosheid onafhankelijk van de wil van de werkloze bestaat (art. 44 werkloosheidsbesluit). Bovendien moet deze persoon arbeidsgeschikt zijn in de zin van de ziektewet (art. 60 werkloosheidsbesluit). Zoals hierboven reeds uiteengezet kan een werknemer enkel maar mutualiteitsuitkeringen genieten indien hij meer dan 2/3° van zijn verdienvermogen heeft verloren ; is dit verlies minder dan 2/3° dan kan hij wel aanspraak maken op werkloosheidsuitkeringen.

Een werkloze kan ook arbeidsongevallenuitkeringen genieten. Wie bvb. 10 % blijvend arbeidsongeschikt is ingevolge een arbeidsongeval, blijft in principe beschikbaar voor de arbeidsmarkt en heeft dus recht op werkloosheidsuitkeringen.

Deze laatste uitkeringen worden niet in mindering gebracht van de vergoeding voor de lichamelijke en aanverwante schade betaald door de aansprakelijke of door de B.A.-verzekeraar. Daarentegen worden de arbeidsongevallen- en de mutualiteitsuitkeringen wel afgetrokken van de schadevergoeding die aan u moet worden betaald.

d. Steun door het O.C.M.W.

Het bestaansminimum werd vervangen door het leefloon (zie de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, hierna “leefloonwet” genoemd). Deze uitkering wordt beschouwd als een laatste vangnet : de steunaanvrager heeft enkel recht op dit leefloon indien hij niet beschikt en niet kan beschikken over voldoende bestaansmiddelen (zie art. 3 en 4, §1 leefloonwet). Volgens de oorspronkelijke wettekst van 2002 bedroeg het leefloon : 1° 4.400 € voor een samenwonende persoon, 2° 6.600 € voor een alleenstaande, en 3° 8.800 € voor een persoon die enkel samenwoont met een gezin dat te zijnen laste valt (zie art. 14, §1 leefloonwet). Thans, 5 jaar na deze wet, werden voormelde bedragen slechts met ongeveer 2 % verhoogd…

Het O.C.M.W. heeft trouwens meer algemeen als opdracht te zorgen voor een menswaardig bestaan van iedereen. Dit omvat niet alleen financiële, maar ook psychologische, juridische… hulp.

e. De zorgverzekering

Dit is een recente voorziening vanwege de Vlaamse Gemeenschap. Het gaat om de hulp en de bijstand die een persoon (meestal een bejaarde) nodig heeft door zijn langdurige en ernstige vermindering van de zelfzorg. In de praktijk gaat het vooral om het helpen bij de activiteiten van het dagelijkse leven (eten, zich wassen, zich kleden, …).