NOOT VOORAF: de tekstgedeelten in lichtgrijze kleur zijn enkel bedoeld om verdere juridische opzoekingen te vergemakkelijken; niet-juristen dienen omzichtig om te gaan met deze teksten.

Als de rechter de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde vaststelt, verklaart hij diens vordering ongegrond. Dan wordt dus geen vergoeding toegekend aan de benadeelde, maar tenzij deze zich binnen de verjaringstermijn burgerlijke partij heeft gesteld.
De problematiek van de verjaring is zeer complex. Omdat hierover heel wat vragen worden gesteld willen wij hier de belangrijkste wetteksten weergeven.

12.1. Het Burgerlijk Wetboek voorziet dat een benadeelde in principe binnen de 5 jaren zijn vordering tot schadeloosstelling voor de rechtbank moet hebben gesteld.

Art. 2262bis, §1 B.W. : “Alle persoonlijke rechtsvorderingen verjaren door verloop van tien jaar.
In afwijking van het eerste lid verjaren alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon”.

Maar art. 4 van de Wet houdende de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering (van 17 april 1878) bepaalt dat de burgerlijke rechtsvordering die niet voor de strafrechter werd gesteld geschorst wordt “zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld”. Zie Procedures onder nr. 8. verjaring (op strafrechtelijk gebied), vooral onder nr. 8.4 (De verjaring van de burgerlijke vordering).

LET OP: deze verjaringsregels gelden wel tegen de aansprakelijke maar niet tegen diens verzekeringsmaatschappij (zie hieronder).

12.2. Een vordering (tot vergoeding van de schade) tegen een verzekeringsonderneming moet in principe binnen de 3 of 5 jaar voor de rechtbank zijn ingesteld.

Art. 34 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992 :

“Verjaringstermijn.

§ 1. De verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst bedraagt drie jaar. (…)
De termijn begint te lopen vanaf de dag van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontslaan. Wanneer degene aan wie de rechtsvordering toekomt, bewijst dat hij pas op een later tijdstip van het voorval kennis heeft gekregen, begint de termijn te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval vijf jaar na het voorval, behoudens bedrog.
(…)
§ 2. Onder voorbehoud van bijzondere wettelijke bepalingen, verjaart de vordering die voortvloeit uit het eigen recht dat de benadeelde tegen de verzekeraar heeft krachtens artikel 86 door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd.
Indien de benadeelde evenwel bewijst dat hij pas op een later tijdstip kennis heeft gekregen van zijn recht tegen de verzekeraar, begint de termijn pas te lopen vanaf dat tijdstip, maar hij verstrijkt in elk geval na verloop van tien jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit of, indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is gepleegd”.

Noot: voormeld art. 86 luidt: “Eigen recht van de benadeelde.
De verzekering geeft de benadeelde een eigen recht tegen de verzekeraar”.
Dit betekent dat een benadeelde de schadevergoeding rechtstreeks van de aansprakelijkheidsverzekeraar van de aansprakelijke mag vorderen. Voor deze rechtsvordering is de verjaringstermijn dus 5 jaar.

Dus tegen uw eigen verzekeringsmaatschappij, op basis van de overeenkomst gesloten tussen u en uw verzekeraar, is de verjaringstermijn 3 jaar, en tegen de verzekeringsmaatschappij van de aansprakelijke is de termijn 5 jaar.

Zoals reeds gemeld dient de eis tegen de arbeidsongevallenverzekeraar in principe binnen de drie jaar zijn ingesteld: zie het arbeidsongevallenrecht (zijnde nr 6c), onder g.

12.3. Maar er bestaan meerdere gronden van schorsing (waardoor de verjaring tijdelijk niet verderloopt) en van stuiting (waardoor de verjaringstermijn van 3 of 5 jaar opnieuw begint).

Art. 2249 B.W.: “De ingebrekestelling van een der hoofdelijke schuldenaars, overeenkomstig de bovenstaande artikelen, of de erkenning van de schuld door hem gedaan, stuit de verjaring tegen alle overige, zelfs tegen hun erfgenamen”.

Dus een aangetekende brief tegen degene die de schuld moet betalen, bvb. tegen de B.A.-verzekeraar, aan wie daarbij wordt gevraagd om de schade te vergoeden, doet de verjaringstermijn herbeginnen.

Art. 35 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992:

“Schorsing en stuiting van de verjaring.

§ 1. De verjaring loopt tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen, behalve wat de vordering bedoeld in artikel 34, § 2, betreft.
§ 2. (…)
§ 3. Indien het schadegeval tijdig is aangemeld, wordt de verjaring gestuit tot op het ogenblik dat de verzekeraar aan de wederpartij schriftelijk kennis heeft gegeven van zijn beslissing.
§ 3bis. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen een verzekerde heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering tegen de verzekeraar tot gevolg. Stuiting of schorsing van de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekeraar heeft stuiting of schorsing van de verjaring van zijn rechtsvordering tegen de verzekerde tot gevolg.
§ 4. De verjaring van de vordering bedoeld in artikel 34, § 2, wordt gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om een vergoeding te bekomen voor de door hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering”.

Zie ook de Benelux-bepalingen.

Art. 10 van de Gemeenschappelijke bepalingen behorende bij de Overeenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (van 24 mei 1966, publicatie in het Belgisch Staatsblad op 21-05-1976, inwerkingtreding : 01-07-1976 ):

“art. 10. § 1. Iedere uit deze wet voortvloeiende rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekeraar door verloop van drie jaar te rekenen van het feit waaruit de schade is ontstaan.

§ 2. Handelingen die de verjaring van de rechtsvordering van een benadeelde tegen een verzekerde stuiten, stuiten de verjaring van de rechtsvordering van die benadeelde tegen de verzekeraar. Handelingen die de verjaring van de rechtsvordering van een benadeelde tegen de verzekeraar stuiten, stuiten de verjaring van de rechtsvordering van de benadeelde tegen de verzekerden.

§ 3. De verjaring wordt ten opzichte van een verzekeraar gestuit door iedere onderhandeling tussen de verzekeraar en de benadeelde. Een nieuwe termijn van drie jaar begint te lopen te rekenen van het ogenblik waarop één van de partijen bij deurwaardersexploot of aangetekende brief aan de andere partij heeft kennisgegeven dat zij de onderhandelingen afbreekt”.

Zie ook de Benelux-Overeenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, van 24 mei 1966 (Publicatie : 21-05-1976, inwerkingtreding : 01-06-1976), artikel 1 § 2: “Ieder der Verdragsluitende Partijen behoudt de bevoegdheid, de bij deze Overeenkomst behorende Gemeenschappelijke bepalingen te vervangen door bepalingen, die grotere waarborgen geven aan de benadeelden”.

Zie ook de Wet van 19 februari 1968 houdende goedkeuring van de Benelux-Overeenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, van de gemeenschappelijke bepalingen behorende bij deze Overeenkomst en van het Protocol van ondertekening, ondertekend te Luxemburg op 24 mei 1966 (Publicatie : 21-05-1976, inwerkingtreding : 31-05-1976) : “Artikel 1. Enig artikel. De Benelux-Overeenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, de gemeenschappelijke bepalingen behorende bij deze Overeenkomst en het Protocol van ondertekening, ondertekend te Luxemburg op 24 mei 1966, zullen volkomen uitwerking hebben”.

12.4. Zie ook de verjaringstermijnen voor overtredingen en straffen (= Gerechtelijke procedures onder nr. 8).

12.5. OPMERKING: is de rechtsvordering verjaard, dan kan u geen enkele vergoeding meer bekomen; dus wanneer verjaring dreigt onverwijld een advocaat raadplegen!