Voor alle duidelijkheid worden vooreerst de verschillende soorten artsen die betrokken zijn bij de gevolgen van een ongeval – beknopt – besproken.

a. Behandelende arts: elke geneesheer die u heeft onderzocht en/of heeft verzorgd, die u dus heeft behandeld in het kader van de (poging tot) genezing; met “uw” of “de” behandelende arts wordt meestal uw vaste huisarts bedoeld.

b. Raadsgeneesheer (= raadgevende arts = raadsdokter = bijstandsarts): de arts-raadsman betreffende de medische besluiten (de “medische advocaat”); de raadsgeneesheer treedt op ofwel voor de partij die de schade moet vergoeden ofwel voor het slachtoffer; zie verder onder nr 3.

c. Gerechtsdeskundige (= justitiearts): zie verder onder nr 4.

d. Scheidsrechter (of arbiter): deze geneesheer wordt door de twee raadsgeneesheren bij onderling overleg aangesteld bij de aanvang van de minnelijke medische expertise (afgekort “M.M.E.”); hij dient in feite de taak van een gerechtsdeskundige uit te voeren voor het geval de 2 raadsgeneesheren niet tot de nodige overeenstemming zouden komen; in een dergelijk geval maakt hij dus autonoom de medische besluiten op, binnen het kader van de M.M.E.

e. Controle-arts : is de dokter die controleert of een welbepaalde werknemer wel afwezig mag blijven van zijn werk wegens ziekte; deze controle gebeurt in opdracht van de werkgever (die immers het gewaarborgd loon moet betalen indien de werknemer ziek is en die zich mag vergewissen of de werknemer wel met reden afwezig blijft).

f. Arbeidsgeneesheer : is de arts die binnen de onderneming de werknemers onderzoekt, met vooral een preventieve functie; zijn belangrijkste taken zijn: het houden van consultaties, het uitvoeren van bedrijfsbezoeken en het deelnemen aan comités (samen met de vakbonden). Zijn onderzoeken zijn hoofdzakelijk bedoeld om de arbeidsomstandigheden van de werknemers te verbeteren en om de werknemers te beschermen tegen de risico’s van hun werk. Hij voert 6 verschillende soorten consultaties uit (1° de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, vóór de aanwerving – 2° de periodieke, meestal jaarlijkse, gezondheidsbeoordeling – 3° het onderzoek bij werkhervatting, nl. telkens de afwezigheid meer dan 4 weken heeft geduurd – 4° het onderzoek bij verandering van functie of activiteit wanneer dit nieuwe risico’s inhoudt – 5° de spontane consultatie, door de wernemer die problemen als gevolg van zijn beroep ondervindt – en 6° de gezondheidsbeoordeling van de definitief arbeidsongeschikte werknemer); tijdens elk van deze raadplegingen beoordeelt de arbeidsgeneesheer of de persoon al dan niet geschikt is voor een bepaalde professionele taak.

g. Adviserend geneesheer van het ziekenfonds, beter bekend als de “medisch adviseur”: is een dokter die in opdracht van het ziekenfonds nagaat of een bepaalde persoon gerechtigd is op een bepaalde behandeling of medicatie (e.d.m.) of op mutualiteitsuitkeringen (zie hieromtrent In welke gevallen kan vergoeding worden bekomen voor de lichamelijke en verwante schade ? , onder 6 d.).

h. Specialist – geneesheer: een arts die na het behalen van het universitair diploma licentiaat (master) in de geneeskunde een bijkomend diploma in één van de verdergezette studierichtingen geneeskunde heeft behaald, en die in deze richting zijn beroep uitoefent (zoals een gynaecoloog, endocrinoloog, internist, dermatoloog, …); staat in feite tegenover de term “huisarts”.

NOOT: elke geneesheer moet het medisch beroepsgeheim eerbiedigen; hij mag aan zijn opdrachtgever (bvb. de werkgever) enkel zijn beslissing meedelen, maar hij mag hem nooit (mondeling of schriftelijk) de redenen van zijn beslissing uitleggen.