V.Z.W. Verkeersslachtoffers heeft enkele vragen gesteld aan Prof. Dr. Patrick Herregodts. Deze dokter is niet alleen neurochirurg, maar bovendien licentiaat verzekeringsgeneeskunde; daarenboven is hij tot begin 2008 lange tijd een – onafhankelijke – raadsgeneesheer geweest. Hij is dus de geknipte persoon om enkele vragen te beantwoorden omtrent de medische expertise.

NOOT: onderstaand interview werd afgenomen in 2007, toen Prof. Dr. Herregodts nog werkzaam was als raadsgeneesheer.

1) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Wat zijn de belangrijkste taken van een raadsgeneesheer, volgens u ?” –

Prof. Dr. Patrick Herregodts : “Het spreekt vanzelf dat de algemene taak van de raadsgeneesheer erin bestaat het slachtoffer zo goed mogelijk bij te staan op het medische gebied :

– de nodige medische informatie verzamelen,

– nagaan of geen bijkomende onderzoeken dienen te gebeuren,

– de medische besluiten van de raadsgeneesheer van tegenpartij beoordelen en zo nodig betwisten,

– bij de eventuele tegensprekelijke expertise argumenten in het voordeel van het slachtoffer ontwikkelen en de argumenten van de raadsgeneesheer van tegenpartij weerleggen,

– en zo meer.

Het is dan ook aangeraden dat het slachtoffer een raadsgeneesheer aanstelt voordat de tegensprekelijke expertise wordt opgestart.

Nadat de raadsgeneesheer alle nuttige stukken en inlichtingen zal hebben bekomen, zal hij het slachtoffer op een correcte wijze informeren over de lichamelijke schade. Bepaalde raadsgeneesheren durven de verwachte graad van blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.) overdreven hoog in te schatten, om het slachtoffer gunstig gezind te zijn. De resultaten van de tegensprekelijke medische expertise zullen dan vaak een teleurstelling vormen”.

2) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Welke dokter dient men aan te stellen als zijn raadsgeneesheer ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “Vaak kiest het slachtoffer een raadsgeneesheer zonder zich daarover de nodige vragen te stellen. Hij stelt zijn huisarts aan, of een arts die dag in dag uit werkt voor verzekeringsmaatschappijen.

Een goede raadsgeneesheer is een dokter met ervaring in medische expertises. Het is bovendien ten zeerste aanbevolen dat deze arts een diploma heeft in de verzekeringsgeneeskunde en evaluatie van menselijke schade. Een raadsgeneesheer moet immers niet alleen de letselschade kunnen beoordelen, maar hij moet ook voldoende op de hoogte zijn van de verschillende wettelijke stelsels ; zo moet hij voldoende weten betreffende het gemeen recht, de arbeidsongevallenwetgeving, de verzekeringspolissen, de uitkering van een vervangingsinkomen binnen het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (R.I.Z.I.V.), en dergelijke.

Tevens is het aangeraden dat de raadsgeneesheer onafhankelijk staat van verzekeringsmaatschappijen. Het gebeurt maar al te vaak dat het slachtoffer schadevergoeding vordert van verzekeringsmaatschappij X, maar dat hij tezelfdertijd wordt bijgestaan door een raadsgeneesheer die jaarlijks honderden opdrachten uitvoert voor deze verzekeringsmaatschappij X…”.

3) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Welke zijn, naast een verkeerde keuze van raadsgeneesheer, de andere belangrijke oorzaken van de mislukking van een medische expertise ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “De belangrijkste oorzaak ligt bij het slachtoffer zelf. Vaak heeft het slachtoffer een onjuist verwachtingspatroon betreffende de begroting van de letselschade. Het slachtoffer ondervindt zelf heel wat klachten, maar deze leiden slechts in beperkte mate tot vergoeding.

Om te kunnen spreken van vergoeding van letselschade moet voldaan zijn aan een aantal regels :

a. vooreerst moet een letsel worden bewezen ; het louter optreden van enkele klachten, zonder dat bepaalde letsels voldoende duidelijk aan het licht zijn gekomen bij onderzoeken, is onvoldoende ;

b. bovendien moet worden bewezen dat bepaalde letsels wel degelijk uit dit welbepaalde ongeval voortvloeien ; met andere woorden, er moet worden bewezen dat het vastgestelde letsel met een hoge graad van waarschijnlijkheid het gevolg is van dit ongeval ; zo is de loutere vaststelling van arthrose (slijtage) van de wervelzuil of van de gewrichten onvoldoende;

c. tenslotte moet het slachtoffer beseffen dat grenzen worden gesteld aan de vergoeding voor lichamelijke schade ; zo zal bij de bepaling van de blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.) niet uitsluitend rekening worden gehouden met het vroeger uitgeoefende beroep, maar tevens met alle mogelijke beroepen waarvoor het slachtoffer (theoretisch) in aanmerking komt ; dit heeft soms dramatische gevolgen voor het slachtoffer, dat zich helemaal niet meer in staat voelt nog zijn beroep uit te oefenen maar dat toch vrede moet nemen met een veel lagere graad dan 100 % B.A.O., bvb. met 20 % B.A.O. en dus met slechts 20 % vergoeding van zijn loonverlies”.

4) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Wat zijn uw belangrijkste adviezen als raadsgeneesheer aan een slachtoffer van een ongeval ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “Het slachtoffer mag vooreerst niet te lang wachten om een eigen raadsgeneesheer aan te stellen. Ideaal is de situatie waarbij de raadsgeneesheer kan tussenkomen voordat het slachtoffer de eerste keer op onderzoek gaat bij de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij. In zo een geval kan de raadsgeneesheer als eerste nazien welke stukken wel en welke niet worden gebruikt bij de medische expertise, welke onderzoeken nog moeten gebeuren en wanneer, …

In de praktijk raadpleegt het slachtoffer meestal pas een raadsgeneesheer nadat de medische expertise door de raadsgeneesheer van de tegenpartij (zijnde de verzekeringsmaatschappij die de vergoeding moet betalen) reeds volop aan de gang is of zelfs reeds beëindigd is. In dit kader rijst trouwens het probleem dat de meeste rechtsbijstandsverzekeraars van oordeel zijn dat een eigen raadsgeneesheer pas moet tussenkomen nadat de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij zijn eindbesluiten heeft kenbaar gemaakt.

Een ander advies aan een slachtoffer betreft het geven van alle informatie aan de raadsgeneesheer. Soms meent het slachtoffer dat het beter zou zijn bepaalde informatie niet kenbaar te maken aan zijn raadsgeneesheer. Maar het slachtoffer moet beseffen dat zijn raadsgeneesheer hem wil helpen en dat hij bovendien gebonden is door het beroepsgeheim. De raadsgeneesheer kan trouwens aanraden om bepaalde onderzoeksresultaten niet te gebruiken bij de medische expertise.

Kortom, ik wil vooral de volgende twee adviezen aan een slachtoffer geven : raadpleeg tijdig een eigen raadsgeneesheer en geef alle mogelijke informatie en stukken aan deze raadsgeneesheer”.

5) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Welk advies wilt u geven aan een slachtoffer, in uw hoedanigheid van neurochirurg (en dus niet in uw hoedanigheid van raadsgeneesheer) ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “Het slachtoffer ervaart het ongeval soms als een zeer ingrijpend gebeuren. Het is wel belangrijk dat het slachtoffer voldoende tijd neemt om goed te herstellen, maar tevens is meestal een zo snel mogelijke hervatting van de gewone bezigheden aangewezen. Te veel slachtoffers nestelen zich in een langdurige volledige arbeidsongeschiktheid, met de – meestal verkeerde – gedachte dat deze ongeschiktheid toch volledig zal worden vergoed door de verzekeringsmaatschappij. De hervatting van de beroepsbezigheden en van de andere gewone activiteiten wordt meestal gewaardeerd door de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij. Het werkt bovendien meestal heilzaam zodat het genezingsproces wordt bespoedigd”.

6) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Wat mag een slachtoffer zeker niet doen in het kader van de medische expertise ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “Sommige slachtoffers hebben de neiging om bepaalde medische informatie te verzwijgen. Zij vrezen dat zij als gevolg van bepaalde informatie een lager percentage ongeschiktheid zouden krijgen. Maar het is aangeraden om steeds open kaart te spelen en om maximaal mee te werken aan de expertise. Het slachtoffer maakt een zeer slechte indruk wanneer wordt vastgesteld dat hij bepaalde inlichtingen heeft verzwegen, bvb. betreffende een vorig ongeval”.

7) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “Het is begrijpelijk dat de slachtoffers in bepaalde gevallen klagen over de lange duur van de medische expertise. Wat antwoordt u op dergelijke klachten ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “De slachtoffers moeten voldoende geduld leren opbrengen. Zo kunnen de medische besluiten pas voor het eerst worden vastgelegd van zodra de letsels consolideerbaar zijn, dus van zodra de letsels niet meer wijzigen. Wanneer het slachtoffer te sterk aandringt op de beëindiging van de medische expertise ontstaat het gevaar dat de deskundige zijn medische besluiten opmaakt vooraleer de consolidatie daadwerkelijk is ingetreden ; in een dergelijk geval zal het slachtoffer meestal een te lage schadevergoeding bekomen : de schadevergoeding per dag is het hoogst in de periode tussen het ongeval en de consolidatiedatum, zijnde in de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid (afgekort T.A.O.) ; bovendien is het zeer moeilijk of onmogelijk om laattijdige verwikkelingen of miskende letsels in verband te brengen met het ongeval eens het dossier werd afgesloten.

Als algemene regel kan worden gesteld dat de datum van de consolidatie meestal valt op de verjaardag van het ongeval ; daar de medische expertise pas na de consolidatiedatum kan worden beëindigd, moet het slachtoffer begrijpen dat deze beëindiging meestal pas meer dan een jaar na het ongeval kan gebeuren”.

8) V.Z.W. Verkeersslachtoffers : “In welke gevallen is een gerechtelijke expertise te verkiezen boven een minnelijke expertise ?” –

Prof. Dr. Herregodts : “Vooreerst wil ik beklemtonen dat de keuze tussen deze twee vormen van tegensprekelijke expertise niet uitsluitend wordt bepaald door de raadsgeneesheer, maar dat hiervoor tevens samenspraak nodig is met het slachtoffer en met diens advocaat.

Volgens mij hangt de keuze tussen een gerechtelijke expertise en een minnelijke expertise grotendeels af van de houding en de ingesteldheid van de raadgevende geneesheer van de tegenpartij. Bij een minnelijke expertise moeten de twee raadsgeneesheren – deze van de verzekeringsmaatschappij en deze van het slachtoffer – kunnen verwachten dat zij gezamenlijk tot een overeenstemming zullen kunnen komen betreffende de belangrijkste punten van de medische expertise.

Ik verkies een gerechtelijke expertise in de volgende gevallen :

* de sfeer waarin de voorafgaandelijke controle-onderzoeken bij de raadgevende geneesheer van de verzekeringsmaatschappij zijn verlopen was niet goed ; er was bvb. sprake van een verstoord contact tussen deze raadsgeneesheer en het slachtoffer ;

* de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij heeft de reputatie om zeer stroef op zijn eerste standpunt te blijven staan ; het nastreven van een overeenstemming betreffende de graad van B.A.O. en betreffende de andere belangrijke punten heeft dan ook weinig zin ;

* de raadsgeneesheer van de verzekeringsmaatschappij verdedigt medische besluiten die veel te laag liggen en die niet in overeenstemming zijn met de werkelijk vastgestelde letsels ; dan is de kloof tussen de onderscheiden standpunten van de raadsgeneesheren al te groot, zodat een gerechtelijke expertise beter is dan een minnelijke expertise ;

* ook wanneer het gaat om een uitermate belangrijke aangelegenheid, om een medisch ingewikkeld probleem (waarover de raadsgeneesheren te weinig kennis hebben), of om een expertise waarin nog heel wat onderzoeken nodig zijn kan een gerechtelijke expertise meer aangewezen zijn”.