Uw bijzondere aandacht wordt gevraagd voor medische en aanverwante kosten na de consolidatie*A-D. De medische en andere kosten zijn slechts vergoedbaar indien zij het gevolg zijn van het ongeval en indien zij nodig of nuttig waren. Meestal worden dergelijke kosten slechts vergoed tot aan de consolidatie, omdat de kosten nadien gemaakt de toestand van het slachtoffer niet meer kunnen verbeteren en dus nutteloos zijn.

Het ongeval is gebeurd op 1 januari 2005. Op voorschrift van uw huisarts blijft u bepaalde behandelingen (kinesitherapie, medicatie, …) ondergaan. De verzekeringsdeskundige besluit op 1 oktober 2007 dat de consolidatiedatum wordt vastgelegd op 1 januari 2006. U stelt op 1 december 2007 uw eigen raadsgeneesheer aan, die op 15 april 2008 meedeelt dat hij een gerechtelijke expertise verkiest (boven een minnelijke medische expertise, M.M.E.). U stelt uw eigen advocaat aan, die ervoor zorgt dat een gerechtsdeskundige* wordt aangesteld, nl. bij vonnis van 10 oktober 2008; deze gerechtsdeskundige laat bijkomende onderzoeken uitvoeren, en hij houdt 3 expertisezittingen; hij maakt zijn voorverslag kenbaar op 10 december 2009 en zijn eindverslag op 20 februari 2010. Pas nu verneemt u dat de gerechtsdeskundige besluit tot consolidatie op 1 januari 2006 en dat dit betekent dat vanaf die datum de medische en aanverwante kosten niet meer worden aanvaard omdat zij vanaf dan nutteloos zijn. Plots wordt het slachtoffer geconfronteerd met een heel pak kosten die niet-vergoedbaar zijn…

De enige uitzondering in de praktijk : bij de tegensprekelijke (minnelijke of gerechtelijke) expertise is in het verslag vermeld dat bepaalde kosten na de consolidatiedatum verantwoord zijn. Zorg er dan ook voor dat uw raadsgeneesheer over dit punt de nodige argumenten naar voor brengt!
De indicatieve tabel (I.T.) 2008:

“Medische kosten na consolidatie

9. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moeten deze kosten het gevolg zijn van het bewezen verklaarde schadeverwekkende feit en medisch gerechtvaardigd zijn. De deskundige moet in deze optiek aandacht besteden aan de mogelijke medische uitgaven na consolidatie.

10. De vergoeding van de medische kosten en prothesen (bijvoorbeeld tandprothesen en rolstoelen), die slechts in de toekomst zullen worden verstrekt en aangeschaft, kunnen vergoed worden via kapitalisatie, door nominale vervangingen, vergoeding ex aequo et bono of via een reserve voor de toekomst”.

Dit betekent dat de vergoeding voor toekomstige protheses o.a.kan worden berekend door de actuele prijs voor deze prothese te vermenigvuldigen met het aantal toekomstige vervangingen ervan (zonder kapitalisatie van de som).
Bvb. Op de scharnierdatum, zijnde op de vermoedelijke datum waarop het vonnis zal worden geveld, zal het slachtoffer Z. 34 jaar zijn. Dan zal zijn resterende levensduur nog 46 jaar zijn (volgens de statistische gegevens). De prothese kost nu 5.000 euro en ze moet vijfjaarlijks vervangen worden. De huidige prothese, die reeds werd vergoed, is op de scharnierdatum 2 jaar oud en kan vanaf dan dus nog 3 jaar worden gebruikt. Z. zal derhalve in de toekomst nog 9 protheses nodig hebben. De vergoeding aan “nominale waarde” beloopt 9 x 5.000 euro = 45.000 euro.

Hier bestaat geen voordeel van de vervroegde uitbetaling voor een uitgave die pas in de toekomst moet worden betaald. Er moet hiervoor dus geen aftrek wegens een dergelijk voordeel te worden toegepast, bvb. door middel van kapitalisatie. Immers, vastgesteld moet worden dat de prijs voor een prothese minstens even snel stijgt als een belegd kapitaal; zelfs wanneer Z. voormelde 45.000 € goed zou beleggen zal hij wellicht net toekomen om al zijn protheses te betalen.