9.11 Synoniemen voor “lichamelijke schade”: letselschade, schade aan de mens, persoonsschade,…

Het gaat hier om (de vergoeding voor) lichamelijke letsels in de ruimste zin, inbegrepen de nadelen op het morele vlak en de psychische letsels. Het gaat dus om de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit de (fysieke en/of psychische) letsels die een persoon heeft opgelopen.

9.12 Het hoofdonderscheid in lichamelijke schade: materiële (* E-O) en morele (*E-O) schade. Beide worden verder onderverdeeld (zie hieronder nr. 9.2 ).

9.13 Een ander belangrijk onderscheid is dit tussen invaliditeit en arbeidsongeschiktheid.

Vooreerst zal de geneesheer-expert nagaan in welke mate de fysieke integriteit, dus het lichamelijk (inbegrepen het cerebraal / psychisch) vermogen, van het slachtoffer is aangetast; dus de vraag: welke aantasting, dus handicaps en andere beperkingen, kan op medisch gebied worden aangenomen?; dit betreft de (tijdelijke of blijvende) invaliditeit.
Daarna wordt, grotendeels op basis van de bepaling van de invaliditeit en ook van de beperkingen om te arbeiden, nagegaan in welke mate het slachtoffer nog kan werken (vooral op professioneel maar ook op huishoudelijk vlak, en desgevallend betreffende postlucratieve of extraprofessionele activiteiten); dit betreft de arbeidsongeschiktheid.

Men maakt het onderscheid tussen enerzijds Tijdelijke Ongeschiktheid (T.O.) / Tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O.) *P-Z tegenover Blijvende arbeidsongeschiktheid (B.O.) / Blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O. = B.W.O.) *A-D . Dit onderscheid wordt bepaald door de consolidatiedatum.

Het percentage (dus de graad) van arbeidsongeschiktheid wordt niet alleen bepaald door weerslag van de invaliditeit op het arbeidsvermogen in het algemeen; deze graad wordt tevens bepaald door de concrete gegevens van het slachtoffer: de linkerduim niet meer kunnen gebruiken leidt tot een hogere arbeidsongeschiktheid voor een arbeider dan voor een advocaat; wie reeds 40 jaar werkzaam is als ongeschoolde arbeider zal wellicht niet meer kunnen worden omgeschoold tot een bediende; e.d.

In het Belgische vergoedingsrecht wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de aard van de letsels. De begroting van de letselschade gebeurt in principe dus op dezelfde wijze voor een whiplash-patiënt als voor een persoon die een vingerkootje heeft verloren of die een psychisch trauma (met depressie) heeft opgelopen. Alle bewezen fysieke en psychische (geestelijke) schade als gevolg van het verkeersongeval moet worden vergoed. De juristen hebben de schadelijke gevolgen enkel maar in soorten ingedeeld om ze gemakkelijker te kunnen bespreken.

Zo ook is in principe de rechtsgrond zonder belang: van zodra het recht op schadevergoeding vaststaat moet deze integraal worden betaald aan het slachtoffer, ongeacht of de schade gebaseerd is op de burgerlijke aansprakelijkheid,of op de wetgeving betreffende de zwakke weggebruikers (art. 29bis WAM), of op de verplichtingen van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, of op een medische fout, of op een verkeersinbreuk (samen met art. 1382 Burgerlijk Wetboek). Maar soms is het slachtoffer enkel gerechtigd op een vergoeding die forfaitair (dus niet volgens de werkelijkheid) wordt bepaald, zoals bij toepassing van het arbeidsongevallenrecht of van een sommenverzekering.