9.31 Definitie

De morele schade (in de volksmond soms nog “pijnen en smarten” genoemd) is alle andere nadelige gevolgen dan de materiële schade. Het gaat dus om nadelen die daadwerkelijk worden ervaren door het slachtoffer maar die geen betrekking hebben op zijn financiële toestand (zijnde op zijn vermogen, zijn patrimonium).

Sinds de indicatieve tabel van oktober 2012 werd als synoniem voor “morele schade” de term “persoonlijke ongeschiktheid” ingevoerd, hoewel we het nut van de invoering van deze eigenaardige term niet begrijpen.

De I.T. 2016 (zijnde in feite deze van maart 2017) wijdt heel wat aandacht aan dit begrip:

“Principes

De Indicatieve Tabel onderscheidt in hoofde van het slachtoffer drie levenssferen : het persoonlijke (extrapatrimoniale) leven, de huishoudelijke activiteiten en het professionele leven. De aantasting van deze levenssferen wordt vertaald in een persoonlijke, huishoudelijke en/of economische ongeschiktheid.

De persoonlijke ongeschiktheid heeft betrekking op de niet-economische waardeerbare gevolgen van de aantasting van de fysieke en psychische integriteit van het slachtoffer in het dagelijks leven, voor zover niet begrepen in de huishoudelijke activiteiten.

Aldus omvat zij, onder meer :

– de beperkingen of de aantasting van de gedragingen en/of ervaringen en/of handelingen in het dagelijks leven te wijten aan het letsel ;
– de pijnen die gebruikelijk gepaard gaan met dit letsel ;
– de beperkingen en courante ongemakken veroorzaakt door het letsel ;
– de frustraties en angsten waartoe dit alles leidt ;
– de invloed op de persoonlijke activiteiten zoals vrijetijdsbesteding, sportbeoefening en hobby’s en op de sociale, vriendschappelijke en familiale relaties.

De deskundige bepaalt een percentage van de persoonlijke ongeschiktheid dat betrekking heeft op de schade die gelijkaardig is voor alle personen aangetast door de in aanmerking genomen letsels.

De deskundige kan dit percentage aanpassen in functie van de specifieke situatie van het slachtoffer. In zulk geval geeft hij toelichting bij zijn standpunt.

Indien de deskundige vaststelt dat bepaalde gevolgen van de letsels, omwille van hun specifiek belang, niet kunnen worden ondergebracht in de persoonlijke ongeschiktheid (tijdelijk of blijvend), maakt hij hiervan melding onder de rubriek “bijzondere schade” (pijnen, esthetische schade, seksuele schade of genoegenschade).”

9.32 De gewone morele schade

Deze omvat de psychische trauma ‘s, lichamelijke pijnen, ongemakken, en andere nadelen die algemeen gepaard gaan met een ongeval.

Opmerkingen:

inzover het gaat om buitengewone blijvende morele schade: zie nr 9.33
in de mate dat deze morele nadelen ook een financiële weerslag hebben gaat het tevens om materiële schade (zie verder nr. 9.6).
De algemeen gebruikelijke morele schadevergoeding tijdens de T.A.O. (zoals voorzien in de indicatieve tabel en zoals overigens zo goed als nooit wordt betwist) beloopt sinds de Indicatieve Tabel van 9 maart 2017 28 € (i.p.v. voorheen 25 €) per dag, in verhouding tot de graden van T.A.O.

Deze basisvergoeding wordt meestal verhoogd met 6 € per dag van hospitalisatie, die immers uiteraard heel wat bijkomende ongemakken en hinder met zich brengt.

De I.T. 2016 (van maart 2017):

“Morele schade

De tijdelijke persoonlijke ongeschiktheid kan worden vergoed door een bedrag van 34 € per gewone dag hospitalisatie of per dag revalidatie in een gespecialiseerd centrum en door 28 € per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100 % en vervolgens pro rata”.

Soms wordt voor de T.A.O. dus “pretium doloris” bovenop de gewone morele schade aangenomen: zie hieronder nr. 9.33, a.

9.33 Bijzondere morele schade

Het is logisch en billijk dat een bijkomende vergoeding wordt toegekend wanneer het slachtoffer bovenop de blijvende gewone morele schade een bijzondere morele schade ondervindt, die andere slachtoffers niet lijden. Deze bijzondere vormen van morele schade worden meestal ex aequo et bono geschat (zie over deze begrotingswijze verder nr. 9.51, 3°).

Hier volgen de belangrijkste soorten van bijzondere morele schade (dewelke dus supplementair wordt vergoed).

a. Pretium doloris.

Soms wordt voor de T.A.O. een bijkomende vergoeding voor “pretium doloris” aangenomen (letterlijk vertaald “de prijs voor de pijn”). Dit is de bijzondere morele schade wegens uitzonderlijke fysieke pijnen (bvb. bij ernstige brandwonden). De ernst van deze pijnen wordt meestal uitgedrukt door middel van de zevendelige schaal (zoals voor de esthetische schade – zie wat verder); daarbij betekent 1/7 (1 op 7) een minieme graad van bijzondere pijn en 7/7 onhoudbare pijnen. In de indicatieve tabel van 2016 is een bijkomende vergoeding voor “quantum doloris” (“de hoeveelheid van pijn”) voorzien, als volgt.

De I.T. oktober 2016:

“Indien de pijnen afzonderlijk worden vergoed, kunnen volgende bedragen per dag in aanmerking worden genomen :

* 1/7 : 1,00 €
* 2/7 : 1,50 € x 2 = 3,00 €
* 3/7 : 2,00 € x 3 = 6,00 €
* 4/7 : 2,50 € x 4 = 10,00 €
* 5/7 : 3,00 € x 5 = 15,00 €
* 6/7 : 3,50 € x 6 = 21,00 €
* 7/7 : 4,00 € x 7 = 28,00 €”.

Volgens de indicatieve tabel 2012 werd enkel vergoeding toegekend voor de pijn vanaf 4/7, met de volgende richtvergoedingen :

4/7: 35 € per dag
5/7: 40 €
6/7: 46 €
7/7: 53 €.

Bijna nooit wordt pretium doloris als blijvende schade aanvaard (en dus enkel als schade TAO).

b. Pretium voluptatis, of seksuele schade : de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de seksuele mogelijkheden. Deze schadepost omvat op zeer ruime wijze alles wat een verminderde functionaliteit van het geslachtsorgaan betreft (inbegrepen een vermindering van de vruchtbaarheid).

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

– enerzijds de schade betreffende het seksuele genot (bvb. impotentie, vermindering van libido en lustbeleving, en dergelijke)
en
– anderzijds het verlies van (de kansen op) een nageslacht.

Zo omvat de sexuele schade :

1° de vermindering (of het volledige verlies) van de genotservaring tijdens de seksuele daad,

2° de onmogelijkheid om nog seksueel actief te zijn (zodat uiteraard geen seksueel genot meer kan worden ervaren en zodat geen kinderen meer kunnen worden voortgebracht),

3° de verminderde kansen op een huwelijk (of andere vaste relatie), bvb. ingevolge uiterst erge esthetische schade of cerebrale aantasting, en

4° de verminderde kansen of zelfs de onmogelijkheid om nog een kind voort te brengen (m.i.v. meer kansen op een miskraam).

Het gaat hier bijna steeds om een blijvende morele schade (dus vallend niet onder de TAO maar onder de BAO / BI).

De vergoeding voor de pretium voluptatis wordt vaak op 25.000 € of meer vastgelegd (ex aequo et bono).

De indicatieve tafel 2016:

” Seksuele schade

Deze schade kan, als zeer specifieke schade, afzonderlijk voor vergoeding in aanmerking komen. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de schade door het verlies of de aantasting van het seksueel leven (bv. impotentie, anorgasmie, aantasting van libido en gevoelloosheid) en anderzijds het verlies van zekerheid op nageslacht, waaronder o.m. steriliteit.
De kosten verbonden aan de noodzaak van bijvoorbeeld een keizersnede of kunstmatige inseminatie kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Zowel de materiële schade (o.m. de aankoop van medicatie, medisch materiaal, medische ingrepen, …) als de uit de noodzakelijke ingrepen voortvloeiende aantasting op psychisch vlak kunnen worden vergoed.

De partner die hierdoor schade lijdt, kan om vergoeding ervan verzoeken”.

c. Genoegenschade, ook geneugteschade of plezierschade genoemd: de vermindering van het levensgenot als gevolg van de verhoogde moeilijkheid (of de onmogelijkheid) om nog deel te nemen aan bepaalde aangename activiteiten, in het bijzonder om nog een bepaalde sport of hobby te beoefenen.

De indicatieve tabel 2016:

“8. Genoegenschade

Deze schade kan afzonderlijk worden vergoed in de uitzonderlijke gevallen waarin het slachtoffer als gevolg van het schadeverwekkend feit een bewezen op doorgedreven wijze uitgeoefende sport of hobby geheel of gedeeltelijk diende stop te zetten.”

Valt o.a. ook onder deze schadepost: het niet kunnen meemaken van een geplande vakantie, bvb. omdat men op weg naar de luchthaven werd aangereden of omdat men een dag voor het vertrek in het hospitaal is beland.

De begroting van de genoegenschade gebeurt meestal ex aequo et bono (dus ruw geschat), maar zij steunt uiteraard op de concrete gegevens. Daar deze gegevens zeer uiteenlopend kunnen zijn – bij voorbeeld het niet meer kunnen voetballen (als vrijetijdsbesteding) tegenover een bijna volledig verlies van alle mogelijkheden om te genieten – zijn ook de toegekende vergoedingen zeer verschillend (bij voorbeeld 500 euro tegenover 25.000 euro).

d. Genegenheidschade of schade door weerkaatsing (of bij repercussie of bij weerslag): de morele schade die door de verwanten wordt geleden door het moeten aanzien van het zeer ernstige lijden van een zeer nauw familielid of van de vaste partner.

Zo is het begrijpelijk dat de ouders een uitzonderlijke onrust moeten ondergaan wanneer hun kind in coma verkeert ; ook de toestand waarbij een kind of andere naaste een blijvende, erge (fysieke of psychische) aftakeling ondergaat brengt genegenheidsschade met zich mee.

Deze vergoeding wordt in principe eveneens begroot ex aequo et bono, op basis van de concrete omstandigheden (zoals de ernst van de toestand, de duurtijd ervan, de graad van verwantschap en van genegenheidsband, en dergelijke).

De I.T. 2008: “Schade door weerkaatsing

43. Dit is de schade die de verwanten lijden door het aanzien van het leed en de pijn van het slachtoffer. Het moet gaan om uitzonderlijke pijnen.
Er wordt een vergoeding toegekend wanneer het slachtoffer in levensgevaar of coma verkeert, zodat de toestand uiterst zorgwekkend is. Ook de situatie waarin naastbestaanden verkeren die dagelijks en langdurend geconfronteerd worden met een ernstige blijvende psychische, fysieke of mentale aftakeling van het slachtoffer geeft recht op deze vergoeding.
Deze vergoeding wordt toegekend vanaf het moment dat de familieband niet meer normaal kan worden beleefd.”

e. Esthetische schade

Esthetische schade = de morele schade als gevolg van de ontsieringen van het lichaam, zoals een litteken, huidverkleuring, amputatie van een lidmaat, misvorming, hinkende gang, … ; hierdoor ontstaat een gevoel van minderwaarde en schaamte bij het slachtoffer, dat hiervoor recht heeft op een bijzondere, bijkomende vergoeding.

Opmerking: de medische expert zal in vele gevallen enkel de littekens en de zichtbare vervormingen aan het lichaam als esthetische schade beschouwen (ten onrechte !); ook het manken, het verlies van een been of een arm, en dergelijke zijn een vorm van esthetische schade.

De graad van de ontsiering wordt door de geneesheer-expert vastgelegd aan de hand van de zevendelige schaal van Julin: 1 miniem, 2 zeer licht, 3 licht, 4 middelmatig, 5 ernstig, 6 zeer ernstig, 7 afstotend. De schaal van Julin geeft uiteraard maar een persoonlijke en dus arbitraire schatting van de expert weer; meestal is het aangewezen dat het slachtoffer de ontsieringen visueel laat vaststellen door de rechter, zij het dat vaak foto’s van de esthetische schade kunnen volstaan.

Bij de begroting van de vergoeding voor deze esthetische schade wordt bovendien rekening gehouden

1° met de plaats van de ontsiering – hoe zichtbaarder hoe hoger de vergoeding (litteken in uw gezicht of op uw billen ?) –,

2° met het geslacht van het slachtoffer (een vrouw bekomt een hogere vergoeding dan een man),

3° met de leeftijd, en

4° met het sociale leven, dus de activiteiten, van het slachtoffer (veel onder de mensen of niet?).

De indicatieve tabel 2016:

“De esthetische schade

Deze schade beoogt niet de economische schade die voortvloeit uit een esthetische ontsiering.

De medisch deskundige baseert zich in principe op de gebruikelijke schaal van 1 tot 7 (schaal van Julin) en hij wordt uitgenodigd om de criteria te preciseren waarmee hij rekening heeft gehouden.

De rechter houdt rekening met de concrete elementen van de zaak.

Daarbij kunnen onder meer de plaats van de ontsiering, het geslacht, de leeftijd en de activiteiten van het slachtoffer in aanmerking worden genomen. Met activiteiten worden niet alleen de professionele activiteiten bedoeld, maar ook de sociale en culturele activiteiten waarbij het slachtoffer geconfronteerd wordt met anderen.

De volgende bedragen kunnen worden aanbevolen :

Leeftijd 1/7
miniem
2/7
zeer licht
3/7
licht
4/7
middelmatig
5/7 ernstig 6/7 zeer ernstig 7/7

uitzondelijk

0 – 10 jaar 540 2.150 4.850 8.625 15.000 20.000 30.000 €
11 – 20 520 2.075 4.700 8.300 14.500 19.250 29.000 €
21 – 30 490 2.000 4.400 7.850 13.700 18.250 27.500 €
31 – 40 450 1.800 4.100 7.250 12.600 16.800 25.250 €
41 – 50 400 1.600 3.600 6.500 11.200 14.900 22.250 €
51 – 60 350 1.400 3.100 5.550 9.700 12.900 19.500 €
61 – 70 275 1.100 2.600 4.400 7.750 10.350 15.500 €
71 – 80 200 800 1.750 3.100 5.500 7.300 11.000 €
ouder 115 450 1.050 1.850 3.200 4.250 6.400 €

Bovenstaande richtvergoedingen zijn voor de graden van 1 t.e.m. 4/7 volledig identiek gebleven als deze van de I.T. 2008 en van 2012. Maar voor de hogere graden werd thans wel eveneens een gedetailleerde lijst opgesteld.

Ze maken een verfijning uit tegenover de indicatieve tabellen van vóór 2008, toen nog geen leeftijdsverschil werd gemaakt. Maar ze liggen in meerdere gevallen nog steeds (merkelijk) lager dan wat de rechter toekent. Zeker voor kinderen hebben vele rechters de neiging een hogere vergoeding toe te kennen dan voorgesteld in de indicatieve tabel.

f. Andere bijzondere morele schade

Telkens het verantwoord is een bijkomende vergoeding te bekomen bovenop de gewone vergoeding voor de morele schade kan deze worden gevorderd. Dit is telkens zo als bepaalde morele schade tot stand is gekomen die niet als een normaal onderdeel van de gewone morele schade kan worden beschouwd; dus de vraag: gaat het om een bijzondere morele schade, die meestal niet voorkomt bij soortgelijke blijvende validiteit en die dus bovenop de gewone morele schade komt?

Zo is een dergelijke bijzondere vergoeding gerechtvaardigd
– wanneer de vader vóór zijn ogen zijn zoon heeft zien verongelukken,
– wanneer het slachtoffer als gevolg van het ongeval een P.T.S.S. (posttraumatische stressstoornis) of een ander belangrijk psychisch trauma heeft opgelopen, of
– wanneer de noodzakelijke chirurgische ingreep een bepaald nadelig gevolg (bij voorbeeld een blijvende hese stem of incontinentie) met zich heeft gebracht.